Algemeen

Een (jonge) vogel gevonden? Wat nu?

Wij delen graag deze informatie over wat u wel en juist niet moet doen om onnodig ingrijpen te voorkomen.

Wanneer moet je een vogel helpen?

  • Potentiële kandidaten voor de dierenopvang zijn o.a.:
  • Een nest met jonge vogels, dat op de grond is gevallen.
  • Vogels die duidelijk gewond zijn.
  • Vogels die door een kat gebeten zijn. Kattenbeten geven altijd infecties.
  • Vogels die tegen een raam gevlogen zijn, versuft zijn en na enkele uren nog niet hersteld zijn. Leg raamslachtoffers in een donker doosje, uit de zon en op een rustige plaats.
  • Vogels met vliegen op of om hen heen.
  • Vogel die vast heeft gezeten in een schoorsteen.
  • Vogel vast in het prikkeldraad > SPOED. Neem ter plekke contact met ons op via 085-064 05 30. U kunt alvast de kop afdekken met een doek of jas. Ga niet aan het dier of prikkeldraad lopen trekken/draaien

In bovenstaande gevallen geldt altijd: niets geven, ook geen water!

Veel gestelde vragen
Wanneer kan je beter niet helpen?

Jonge vogels met veren: jonge vogels verlaten het nest als ze nog niet vliegvaardig zijn. Omdat ze de vliegkunst niet goed beheersen, verstoppen ze zich op de grond. De ouders blijven ze in die periode voeren en zijn in de buurt. Mocht je jonge vogels op een open plek vinden, dan kan je hen het beste naar een beschutte plek in de buurt brengen. De ouders vinden hen terug.

Hoe kan je een vogel helpen?

Maak een kartonnen doos klaar voor gebruik.

Leg op de bodem wat kranten of een handdoek.

Maak enkele luchtgaten in de deksel voor ventilatie.

Pak het dier op, eventueel met een doek en plaats deze in de doos. >Wees voorzichtig met roofvogels, zij hebben scherpe nagels en sterke klauwen. De kop bedekken met bijvoorbeeld een handdoek maakt ze rustig en verlaagt stress bij de vogel.

Zorg voor vuist ruimte achter, voor en boven het dier.

Zet de doos op een rustige en niet te warme/koude plaats.

Plaats de doos bij voorkeur buiten in de schaduw. Rust is belangrijk, veel vogels ondervinden stress van de aandacht van mensen, ze raken dan in shock en kunnen sterven!

Geef het dier GEEN eten of drinken. Brood is zelfs schadelijk voor vogels. Voor jonge vogels is brood zelfs dodelijk, zij kunnen dit voedsel niet verteren. Melk is voor alle vogels dodelijk. Zij krijgen er darmontstekingen en diarree van.

Ga niet zelf aan de slag om water in of langs de snavel te druppelen, veel vogels verslikken zich gemakkelijk en kunnen daardoor een dodelijke longontsteking oplopen!

Alle wilde vogels en zoogdieren vallen onder de Wet Natuur Bescherming en zijn dus beschermde diersoorten en mogen niet worden weggehaald.

Vragen / twijfels

Heeft u een vogel gevonden en toch nog vragen/twijfels. Neem contact op met stichting opvang Noach tel: 06-12 52 67 68. U kunt de vogel zelf brengen naar opvang Noach. Wij hebben helaas niet voldoende capaciteit om het grote aantal meldingen over vogels zelf af te handelen.

Heeft u hier zelf echt geen mogelijkheden toe? Dan kunt u ons bellen via 085-064 05 30.

Bedankt voor uw begrip

Het uitvoeren van onze zorgtaak voor de dieren kost ons, Dierenambulance Achterhoek, veel geld. Wij zijn 100% giftafhankelijk en zonder steun van donateurs en sponsoren zouden we dit werk niet kunnen uitvoeren. Mocht u ons werk een warm hart toe dragen, dan kunt u een donatie doen op NL77RABO0148164617 t.n.v. Stichting Dierenambulance Achterhoek. Alvast bedankt namens de dieren!

Watervogels

Dit zijn dieren die op of rond het water leven zoals eenden en zwanen maar ook meeuwen.

Heeft u een vogel gevonden en toch nog vragen/twijfels. Neem contact op met stichting opvang Noach tel: 06 12 52 67 68. U kunt de vogel zelf brengen naar opvang Noach. Wij hebben helaas niet voldoende capaciteit om het grote aantal meldingen over vogels zelf af te handelen. Heeft u hier zelf echt geen mogelijkheden toe? Dan kunt u ons bellen via 085-064 05 30.

Veel gestelde vragen
Wanneer moet je een watervogel helpen?
  • Als de vogel niet meer het water op kan/gaat.
  • Vogels die duidelijk gewond of ziek zijn.
  • Als de vogel vast zit in visdraad en zich niet kan redden.
  • Achtergebleven pulletjes wanneer de moeder eend overleden is.
  • Als de vogel plat op het water ligt, verlammingsverschijnselen.

U kunt ons helpen door de vogel alvast op te pakken en in een doos met ventilatiegaten te doen (was daarna uw handen). Zo voorkomt u dat het dier zich verder kan verwonden of verdwijnt.

Roofvogels en uilen

Jonge uilen worden af en toe aangetroffen onder een boom. Hier zijn ze uit gekukeld bij het leren op eigen poten en vleugels te gaan. Deze donzige kuikens heten takkelingen en zij kunnen met hun klauwen zelf de boom weer in klauteren. Onze hulp hebben ze daar niet bij nodig. U kunt hen helpen door voldoende afstand te bewaren en hen met rust te laten. Met uitzondering kerkuilen.
Roofvogels

die op de grond zitten zijn doorgaans aan het eten. Zit deze voor een lange tijd op dezelfde plek neem dan contact met ons op via 085-064 05 30. Deze halen wij altijd op. Als de situatie het toelaat vragen wij u een doos of krat over de vogel heen te zetten, zodat de vogel zich niet verder kan bezeren of verdwijnt.

Vogelgriep

Vogelgriep is een besmettelijke virusziekte die gevaarlijk is voor veel verschillende vogelsoorten. Bekende vogelsoorten die gevoelig zijn voor vogelgriep: Hoenderachtigen, watervogels, waadvogels zoals scholeksters en snippen, strandvogels, loopvogels en spreeuwen. Zoogdieren kunnen ook vogelgriep krijgen via bijv. besmette kadavers. De kans dat een virustype overgaat naar de mens is klein maar wel aanwezig. Raak de vogel niet aan om te voorkomen dat u zelf besmet raakt of de ziekte verder verspreidt.
Verdachte vogels van vogelgriep kunt u bij ons melden via 085-064 05 30. Indien mogelijk verzoeken wij u ons een filmpje toe te sturen naar onze facebook messenger of whatsapp nummer.
Hoe ziet u dat een vogel vermoedelijk vogelgriep heeft?

De eerste symptomen zijn:

  • Algehele sloomheid
  • De dieren maken geen geluiden meer

In een later stadium is het volgende te zien bij besmette dieren:

  • Zenuwverschijnselen, zoals draaien met de kop, kreupel lopen, vleugels laag houden en niet meer kunnen vliegen.
  • Minder eten en drinken.
  • Ademhalingsproblemen.
  • Minder eieren leggen.
  • Luchtwegklachten.
  • Diarree.
  • Zwelling en blauwkleuring van de kam, lellen en poten.
  • Oogontstekingen.
  • Plotselinge sterfte.